Wat is erger

Minister Blok drukt de woningcorporaties terug in hun sociale rol doordat hij de bouw van duurdere huurwoningen door corporaties praktisch onmogelijk maakt. Dat is erg, want het ontwikkelen van gemengde nieuwbouwcomplexen in eenzijdige sociale huurwijken draagt bij aan de (toekomstige) leefbaarheid van die wijken. Ontwikkelaars uit de commerciële hoek laten zich hier vooralsnog niet zien. Aan de andere kant, het bouwen van dure woningen waarbij de sociale huurwoningen als onderpand dienden, en waarbij uiteindelijk verlies geleden werd op die dure woningen is wel érg vaak voorgekomen in het recente verleden. Dus dat de minister wil dat een commercieel project zichzelf kan bedruipen is wel te begrijpen.

Woningcorporaties bouwen te weinig. Dat is vooral erg voor woningzoekenden die nu in toenemende mate moeten inwonen, of in te kleine of in te dure woningen moeten wonen. De wachttijd voor een sociale huurwoning loopt in een aantal steden op richting de tien jaar. Die terugval in de investeringen komt vooral door het te hoge schuldniveau bij veel corporaties, opgebouwd in de jaren tot 2008. De bomen leken toen tot in de hemel te groeien. Tegenover die schulden staan te weinig opbrengsten, ook omdat het verkopen van woningen veel lastiger is geworden. Bovenop dit probleem komt de verhuurderheffing van minister Blok, die een aanslag pleegt op de kasstroom van de corporaties. Daardoor slinkt de capaciteit om rentelasten van investeringen te kunnen dragen. Als reactie daarop hebben heel veel corporaties maatregelen genomen om de bedrijfslasten te verminderen en om beter om te gaan met de onderhoudskosten. Ik zie dat om me heen gebeuren en lever daar in de praktijk mijn bijdrage aan. De kasstroom verbetert daardoor sterk en op termijn ontstaat weer ruimte om te investeren. Tenslotte lijkt het er nu toch echt op dat de koopwoningmarkt verbetert, zodat woningcorporaties hun schulden sneller kunnen verminderen door de verkoop van woningen.

Het ergste is het gesteld met de betaalbaarheid van de huurwoningen. En dan heb ik het niet over de mensen die met een hoger inkomen een goedkope woning bewonen. Die moeten ook wat mij betreft een extra huurverhoging betalen, zodat iemand met een lager inkomen goedkoper kan wonen. Maar dat is niet genoeg. Ook de verhoging van de huurtoeslag compenseert huurverhogingen onvoldoende. De corporatie levert ook een bijdrage en snijdt in eigen vlees om de huurverhogingen beperkt te houden. Maar ook dat is niet genoeg. De huren blijven stijgen, de betaalbaarheid voor de lage inkomens neemt af. Houdt dat een keer op? Wat de corporaties betreft wél denk ik, zij zien dat de wal het schip zal keren. Wat de politiek betreft, dat is een ander verhaal. Wat gebeurt er met de verhuurderheffing ná 2017? Er is een evaluatie beloofd, maar de verleiding van een jaarlijkse bijdrage van 1,7 miljard van de woningcorporaties (lees: de huurders van sociale huurwoningen) is waarschijnlijk te groot om te weerstaan. Die bijdrage kan zelfs hoger worden, de politiek kan draaien aan die knop. Zij zien ook dat corporaties financiële ruimte kunnen maken met verdere reducties van de organisatie- en onderhoudskosten en het aantrekken van de woningverkopen. De kans is groot dat ondertussen de huurders een te groot deel van de rekening moeten betalen.

Misschien is het goed om daarom het vizier te richten op ná 2017 en op de betaalbaarheid van de sociale huurwoningen. De huidige discussie over de bouw van dure huurwoningen (de 'novelle' op de herziening van de woningwet) lijkt daarmee vergeleken van minder groot belang.